Welke groenten op een Herenboerderij verbouwd worden, hangt samen met de vraag van de leden. Wat willen zij eten? Ook bepaalt de ligging van de boerderij wat er aan teelten mogelijk is. Op kleigronden groeien nou eenmaal andere gewassen dan op zand of veen. Verder is een natuurgedreven of regeneratieve benadering van de bodem altijd het uitgangspunt. Dat betekent onder meer dat de opeenvolgende teelten de bodem beter moeten achterlaten, dan dat ze hem aantroffen.
Om aan al deze voorwaarden te voldoen, ontwikkelt elke Herenboerderij een uitgekiend teeltplan. De gronden zijn dan weer in productie, dan weer liggen ze braak of zijn ze slechts extensief in gebruik; alles in het belang van de bodem, en dus de continuïteit van de boerderij.
Niet op alle Herenboerderijen kunnen dus evenveel soorten groenten worden geteeld. Maar een mooie mix van dertig tot zestig gewassen levert een gevarieerd aanbod, vrijwel jaarrond.
Wat groeit er dan zoal? Bonen bijvoorbeeld, in verschillende soorten en maten en diverse soorten sla, kolen en aardappelen. Maar ook bietjes kunnen in het teeltplan zitten, net als penen, knolgewassen en, op zand, asperges en pompoenen.
Om het oogstseizoen van elk gewas te verlengen, worden verschillende rassen geteeld. En sommige gewassen, zoals aardappelen en kolen, kunnen prima bewaard worden in een koeling.