Het Herenboerenconcept wil zich zo veel mogelijk onafhankelijk van het Gezamenlijk Landbouwbeleid (GLB) bewijzen en verder ontwikkelen. Het GLB weerspiegelt namelijk nog voor een belangrijk deel de heersende belangen in de landbouw en hiermee samenhangende structuren. Structuren gericht op zo hoog mogelijke opbrengsten per hectare tegen zo laag mogelijke kosten. Structuren die niet duurzaam zijn omdat ze leiden tot verkeerde economische prikkels, afhankelijkheid van banken en grote afnemers, vervuiling van bodem, water en lucht, afname van biodiversiteit en bijdragen aan klimaatverandering.

Een Herenboerderij wordt economisch gedragen door de coöperatie. De coöperatie steunt de boeren in hun streven naar duurzame, natuurgedreven productie van voedsel bestemd voor de leden van de coöperatie. Productie die dus wordt gestuurd door de lokale vraag en niet door verkoop aan externe partijen en winstmaximalisatie. Zo onttrekt Herenboeren zich aan de (marktgedreven) druk tot schaalvergroting en wordt duurzame voedselproductie een gezamenlijke verantwoordelijkheid en inspanning van de lokale gemeenschap. Een gemeenschap waarbinnen kringlopen, ook financieel, zo veel mogelijk worden gesloten. Vandaar: geen subsidieaanvragen binnen GLB verband. 

Incidentele subsidies, die niet dienen voor de exploitatiekosten van de boerderij, zijn in principe niet uitgesloten. Denk bijvoorbeeld aan een natuureducatiebord op de boerderij.