Ongeveer de helft van de Herenboerderijen hebben inmiddels runderen, meestal rond de 10 of 12 dieren. 

De dieren lopen in principe jaarrond buiten in de wei waar kwalitatief goed gras en smakelijke kruiden elkaar afwisselen. Ook aan schaduw is gedacht. En net als bij de varkens geldt dat sommige Herenboeren ervoor kiezen om de dieren een overdekte rustplek te geven. Als het nodig is staan ze in de winter in een (open) stal. Voor zover het voer voor de winter niet op de eigen Herenboerderij verbouwd kan worden, koopt de boer dit (biologisch) aan. Het uiteindelijke doel van alle Herenboerderijen is circulaire bedrijfsvorming, hiertoe zet elke Herenboerderij elk jaar stappen.

De boer bepaalt wanneer een dier slachtrijp is. De dieren worden niet door Herenboeren zelf geslacht, dat gebeurt door een professionele slager, die werkt conform de hygiënevoorschriften van de Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). Het vlees wordt ook conform de hygiënevoorschriften verpakt.